Werkbaar werk: bouw scoort beter dan Vlaams gemiddelde
“De Bouwsector is op de goede weg, maar er zijn nog werkpunten”
Uit de nieuwe Vlaamse werkbaarheidsmonitor van de Stichting Innovatie en Arbeid blijkt dat de bouw op het vlak van werkbaarheid op heel wat punten positiever scoort dan andere sectoren en het beter doet dan het Vlaamse gemiddelde. 54,8% van de werknemers in de bouwnijverheid heeft werk zonder werkbaarheidsknelpunten in 2023; dit is hoger dan het Vlaamse sectorgemiddelde. Vier zaken op de werkvloer werden onder de loep genomen: hoeveel werkstress er aanwezig is, of het werk voldoende motiveert, of er genoeg leermogelijkheden zijn en of een goede werk-privé balans haalbaar is.
In vergelijking met de andere sectoren boekt de bouw vooruitgang op verschillende domeinen: een vermindering van de taakeisen en dus de werkstress; er is meer autonomie en afwisseling in de bouwjobs gecombineerd met een betere ondersteuning; er worden ook meer opleidingen gegeven om bij te leren; maar een belangrijk werkpunt blijft de werk-privébalans. Ook de fysieke belasting is vaak hoger dan in andere sectoren.
“De inspanningen van de voorbije jaren van de bouwbedrijven om werk werkbaarder te maken, werpt zijn vruchten af. We zijn op de goede weg. Zo zijn er intussen al heel wat verbetermogelijkheden voorhanden die de bouwarbeid minder fysiek belastend maken. De technische hulpmiddelen voor bouwvakkers zijn er fors op vooruitgegaan dankzij machines die nu het werk een stuk lichter en veiliger maken. Denken we aan allerlei types van hijskranen, hoogtewerkers, verreikers, schaar- en ladderliften of rolstellingen. Of aan de toegenomen kracht en precisie van de bouwplaatsmachines bij grond- en wegenwerken: van minigravers, over dumpers, bulldozers, tot het hele gamma van banden- en rupskranen”, zegt Caroline Deiteren, directeur-generaal van Embuild Vlaanderen.
“Bovendien industrialiseert de sector met grote voordelen voor het bouwpersoneel als gevolg. Bouwelementen tot volledige bouwmodules worden geprefabriceerd in grote ateliers waardoor de doorlooptijd op de werf aanzienlijk verkort. Die nieuwe bouwmethode zorgt dan ook voor regelmatigere arbeidsomstandigheden. Ook raken hightechtoepassingen, zoals BIM, 3D-printing, lean management en de inzet van drones en robotisering, steeds meer ingeburgerd in de bouw. Die toepassingen verbeteren de werkomgeving”, voegt Deiteren eraan toe.
Positieve evoluties kenmerken werken in de bouw:
- Emotioneel is het werk minder belastend dan in andere sectoren, In 2023 wordt 11,3% van de werknemers in de sector geconfronteerd met emotioneel belastend werk. De sector scoort voor deze indicator opvallend gunstiger dan het Vlaamse sectorgemiddelde;
- 87,5% van de werknemers werkt voltijds (Vlaamse arbeidsmarkt 67,9%);
- Roosterwijzigingen (47,2%) komen minder vaak voor dan bij de andere sectoren (Vlaamse arbeidsmarkt 52,8%);
- 43,6 werkt frequent over, dit verschilt niet van de andere sectoren;
- 4,6% werkt ‘s nachts, dit is minder dan in de andere sectoren (12,9%);
- Het aandeel werknemers in de bouwnijverheid dat e-mails behandelt buiten de werkuren (52,6%) ligt lager dan bij de andere sectoren. Voor telefonische bereikbaarheid buiten de werkuren zien we het omgekeerde (83,8%). In de Vlaamse arbeidsmarkt behandelt 67,5% e-mails en is 73,7% telefonisch bereikbaar buiten de werkuren.
- Ongeveer 0,9% is het slachtoffer van lichamelijk geweld, 13% van intimidatie of bedreiging en 1,8% van ongewenst seksueel gedrag. De bouwnijverheid scoort steeds beter dan de andere sectoren.
- 8,7% is slachtoffer van pestgedrag, 1,2% wordt regelmatig gepest. Dit is vergelijkbaar met de rest van de Vlaamse arbeidsmarkt.
- 8,7% was drie keer of meer afwezig door ongeval of ziekte het afgelopen jaar, 11,5% was in dat jaar meer dan twintig dagen afwezig. Het frequent ziekteverzuim ligt lager dan in de andere sectoren (Vlaamse arbeidsmarkt 12,3%).
- 2,9% schat de kans groot in om in de nabije toekomst werkloos te worden, 12,5% overweegt regelmatig ander werk te zoeken.
Werkpunten
Daarnaast zijn er nog werkpunten zoals de fysieke belasting die nog vaak hoog wordt bevonden. Die maakt ook dat het uitoefenen van zwaardere taken tot aan het pensioen vaak als onhaalbaar wordt beschouwd. Hoewel de sector grote stappen heeft gezet in bijscholingen – bijna de helft van de werknemers krijgt trainingen - werd het Vlaams gemiddelde nog niet bijgehaald. Telewerken op systematische basis is voor veel profielen in de bouw veel minder mogelijk.