Press room
14 okt 2026

Niet investeren zadelt toekomstige generaties net met de problemen op

DBFM brengt van bij de start naast bouw- ook onderhoudskosten in rekening

Hoe zou Vlaanderen er vandaag uitzien zonder publiek-private samenwerking bij infrastructuur? Geen Oosterweelverbinding, de werf van de eeuw. Ook geen Noord-Zuidverbinding in Limburg, geen R4 in Gent en geen renovatie van de Waaslandtunnel in Antwerpen en de Rupeltunnel in Boom. De 49 bruggen in slechte staat zouden niet zijn aangepakt. En dat lijstje kan nog wel even doorgaan. Grote werken enkel als een factuur voor onze kinderen en kleinkinderen zien, is een vergissing. Het zijn noodzakelijke investeringen om ons vervoersnetwerk klaar te maken voor de toekomst. Vlaanderen kampt met een grote achterstand in infrastructuurwerken en onderhoud: de onderhoudsachterstand van de vervoersinfrastructuur is al opgelopen tot 14,55 miljard euro. De vraag is dus niet alleen wat een project later kost, maar ook wat het kost om noodzakelijke werken jarenlang uit te stellen.

Die uitstelkost zien we nu al. Rond Antwerpen en Brussel brengen bestuurders gemiddeld 23% tot 30% van hun reistijd in de file door. In heel het land bedroeg de economische schade van de mobiliteitsknoop in de eerste acht maanden van 2026 al 3,8 miljard euro, 8% meer dan een jaar eerder. Zo’n 90% van de files vormt zich in Vlaanderen.

Als we dit niet aanpakken, wordt het alleen maar erger.

Een publiek-private samenwerking is dan vaak een geschikt instrument. Private financierders en bouwconsortia brengen hun expertise in om projecten tot een goed einde te brengen. Een belangrijk voordeel van NEC 4 (Oosterweel) of DBFM-contracten (Design, Build, Finance, Maintain) is dat niet alleen de bouwkosten, maar ook de onderhoudskosten van bij de start in rekening worden gebracht. Dat stimuleert duurzame ontwerp- en materiaalkeuzes, met oog voor de volledige levenscyclus van de infrastructuur.

De werken en de private financiering moeten uiteraard op termijn worden vergoed, en over een lange periode gaat het om miljardenbedragen. Die vergoeding dekt echter meer dan de bouwkost: ook de financiering en het onderhoud tijdens de contractperiode. Daar staan belangrijke maatschappelijke winsten tegenover: een vlottere doorstroming, minder files, meer productiviteit en meer veiligheid.

Transparantie over de toekomstige lasten blijft nodig. Daarom vragen we een meerjarige investerings- en aanbestedingskalender en een keuze voor DBFM die per project aantoonbaar meerwaarde biedt. Maar ook een helder maatschappelijk debat dat Kosten én baten van infrastructuurprojecten weergeeft.

Laat toekomstige generaties de rekening van het uitstel niet betalen.